Werkgroep vissen

Verantwoordelijke : Guido Jansen

Door het afvissen, inventariseren en monitoren proberen wij het visbestand in onze regio vast te stellen.

Wereldwaterdag en Limburgse vissenwerkgroep

Sinds 1993 werd door de Verenigde Naties 22 maart uitgeroepen tot wereldwaterdag.

Die dag willen de lidstaten extra aandacht besteden aan het belang van water en het duurzaam beheer van de zoetwatervoorraden.
Dit betekent vooreerst goed onderhoud van de waterlopen.
Steeds meer en meer gebeurt dit onderhoud of beheer op een natuurvriendelijke manier.
Er worden initiatieven genomen in het herstellen of creëren van overstromingszones en in het hermeanderen van waterlopen. Langsheen de waterlopen zien we tegenwoordig ook meer en meer  aanleg van amfibieënpoelen. Hindernissen die vrije vismigratie verhinderen worden weggewerkt door bijvoorbeeld het aanleggen van vistrappen. Watermolens, stuwen, sifons e.d. zijn voor vissen immers zeer moeilijk te nemen hindernissen. Met de aanleg van vistrappen kunnen vissen probleemloos de beken op en af zwemmen. Een vistrap deelt immers het verval van een molen of stuw op in trapjes.
Water en waterlopen kennen geen grenzen. Gezonde waterlopen zijn bijgevolg het resultaat  van een grensoverschrijdende aanpak en hier is samenwerken essentieel.
In het jaar 2000 werden alle Europese lidstaten verplicht om tegen 2015 te zorgen voor een goede toestand van het oppervlakte- en grondwater.
Om hieraan tegemoet te komen gaf de Vlaamse regering, beter laat dan nooit, in 2009 uiteindelijk haar fiat voor de zogenaamde bekken- en bekkenbeheerplannen met een planperiode van 6 jaar tot gevolg.
In Vlaanderen werden de stroomgebieden van Schelde en Maas opgedeeld in elf bekkens.
Lommel dat gesneden wordt door de waterscheidingslijn behoort  tot het stroombekken van  Schelde en  Maas.
Lommel behoort bijgevolg tot het deelbekken van de Molse  Nete, - Bovenloop Kleine Nete en deelbekken Dommel. Voor elk  deelbekken werd een deelbekkenbeheerplan opgemaakt.
De bekkenbeheerplannen worden jaarlijks opgevolgd in de zogenaamde bekkenvoortgangsrapporten.

Volgens het Decreet Integraal Waterbeleid  dient het deelbekkenbeheerplan, net als hetbekkenbeheerplan rekening te houden  met de visie, de doelstellingen en de herstelmaatregelen (oeverinrichting, structuurherstel, afbakening van (bredere)oeverzones, …) die in de natuurrichtplannen worden voorgesteld.
Het structuurherstel beoogt effecten op het vlak van:
- ecologie van de waterloop: Een goede structuurkwaliteit ligt aan de basis van een goede ecologische kwaliteit van de waterloop. Dit betekent zowel een hoge biodiversiteit tengevolge van een grote variatie in habitats als een goede waterkwaliteit tengevolge van een hoog zelfreinigend vermogen.
Een voldoende hoge structuurdiversiteit (vrije meandering, holle en bolle oevers, snel en traagstromende zones, …) is immers essentieel voor een gevarieerde aquatische fauna en dus voor de beoogde goede ecologische toestand.
- waterberging: Een goede structuurkwaliteit resulteert tevens in een verhoogde waterbergingscapaciteit en een vertraagde afvoer van water bij piekdebieten. Door de aanwezigheid van meanders neemt de lengte van de waterloop immers toe waardoor meer water in de waterloop wordt geborgen en het traject dat het water moet afleggen langer wordt.
Verscheidene waterlopen herbergen waardevolle visgemeenschappen. Recente inspanningen zoals de aanleg van vistrappen, en de verbeterende waterkwaliteit hebben reeds een gunstig effect gehad op de visfauna.
Ook uitzetten van vis en aanleggen van paaiplaatsen zijn voorbeelden van mogelijke maatregelen.
Het herstel van de natuurlijke biodiversiteit in onze waterlopen omvat naast het creëren van gunstige habitats en een voldoende waterkwaliteit tevens het gericht terugdringen van een aantal planten- en diersoorten die van oorsprong niet thuishoren in onze waterlopen en door hun snelle verspreiding een bedreiging vormen voor onze inheemse flora en fauna.

(bron: waterlopen limburg.be)

Door inventarisaties van het visbestand in de Limburgse openbare ondiepe waterlopen (cat. 2 en 3) draagt ook de Limburgse vissenwerkgroep van Likona, onder begeleiding van de sectie waterlopen van de provincie Limburg hier haar steentje bij.
Om nog “visvriendelijker” visonderzoek te realiseren heeft het Groene Huis een hightech elektrisch toestel aangekocht “ de Bretschneider “ .
Met de Bretschneider  worden de vissen gevangen zonder dat ze bewusteloos raken. Er kan zowel met continu gelijkstroom als met pulserende stroom worden gevist.
Dit belooft dus voor 2010!
Ook was 2009 voor de werkgroep alweer een vruchtbaar jaar met als kers op de taart o.a. inventarisaties van beekprik (foto links), grote (rechts) en kleine (onder) modderkruiper. 

G.Jansen

                     

 Foto's G. Jansen