 |
| Vlinder.flits |
|
24 februari 2009 |
| |
 |
| |
|
|
| |
Eerste vlinders?!
Buiten een te vroeg
wakker geworden Dagpauwoog, zijn er nog geen dagvlinders actief.
Nachtvlinders zijn er ondanks de vorst en het miezerige weer wel al
waar te nemen. Twee soorten spanners kan je nu verwachten: de Perentak (foto)
en de Kleine
voorjaarsspanner. De piek van hun vliegperiode valt eind
februari - begin maart. Opmerkelijk is dat de vleugels van de
vrouwtjes van beide soorten, net zoals bij de wintervlinders, tot
stompjes gereduceerd zijn. Dat is een aanpassing om niet teveel
energie te verspillen door rond te vliegen in koude nachten. Beide
soorten zijn in Vlaanderen algemeen, vooral in een loofbosrijke
omgeving kan je op zachte avonden soms honderden Perentakken en
Kleine voorjaarsspanners ontmoeten. Ook de Zwartvlekwinteruil
werd al gemeld. Nog even wachten en ook de Voorjaarsboomspanner,
Grote voorjaarsspanner en Vroege spanner zijn van de partij! En
natuurlijk worden binnenkort ook de dagvlinders die als adult
overwinteren weer wakker, zoals Dagpauwoog en
Citroenvlinder.
Vergeet niet om je nachtvlinderwaarnemingen
in te voeren op Waarnemingen.be! Je kan mee
discussiëren over nachtvlinders of jouw waarnemingen ter controle
voorleggen op het Natuur.forum.
|
| |
Dagvlinderatlassen Eind vorig jaar verscheen de atlas van de
Waalse dagvlinders. Het is een prachtig werk geworden met een
heel actueel overzicht van de toestand van de dagvlinders in
Wallonië. Meer info vind je hier.
Ook
aan de Vlaamse dagvlinderatlas die voorzien is voor 2010 wordt
verder gewerkt. Blijf dus al jouw waarnemingen noteren en
invoeren via de webtool van
het INBO of via Waarnemingen.be. Heb je
nog notitieboekjes met waarnemingen die nooit eerder werden
gemeld? Zeker de moeite om die ook door te geven!
2009
is het laatste jaar waarin atlashokken worden onderzocht dmv
de steekproefhokmethode. Alle reeds geadopteerde hokken staan
aangeduid op onderstaand kaartje. De lijst met adopteerders
vind je hier.
In de groene hokken gingen reeds vrijwilligers op pad. De rode
hokken zijn geadopteerd maar hieruit kwamen nog geen gegevens
binnen. Wie een hok heeft geadopteerd, ontvangt binnenkort de
vraag of het hok nog zal gelopen worden. Er komen dus mogelijk
nog hokken vrij, en er zijn ook nog heel wat witte gaten in de
kaart, dus iedereen kan nog aansluiten om zelf een of meerdere
hokken te lopen. Dit vraagt minimaal één veldbezoek in
april-mei en één in juli-augustus. De juiste methode vind je
op de website
van de Vlinderwerkgroep. Voor meer info, contacteer dirk.maes@inbo.be
en/of wouter.vanreusel@natuurpunt.be

| |
Resultaten tuinvlindertelling
Studente
Hanne Verheyen van de KHK maakt haar eindwerk over de
Tuinvlindertelling. De resultaten van 2008 werden samengevat in een
rapport. Naast de cijfers van het vlindertelweekend, worden hier
voor het eerst ook de maandelijkse tellingen besproken en vergeleken
tussen 2007 en 2008. Je kan het rapport vanaf volgende week
downloaden op de website
van Natuurpunt Studie. Op de jaarlijkse Landelijke Vlinderdag
van De Vlinderstichting op 14 februari werd onze vlindertelling
voorgesteld. Een kort sfeerverslag van deze drukbezochte studiedag
vind je hier.
Mogelijk krijgt de Tuinvlindertelling ook navolging in Nederland ...
Met De Vlinderstichting
wordt reeds lang goed samengewerkt, en recent spraken we ook af om
minstens éénmaal per jaar samen te komen voor overleg.
|
| |
Zoektochten Sleedoornpage: laatste
kans
Nog even en de eerste bloemetjes verschijnen weer aan
de Sleedoorn. Dat luidt meteen het einde in van de tellingen van de
eitjes van Sleedoornpage deze winter, want tussen de witte bloempjes
is het moeilijk om de eitjes te onderscheiden. Reeds tientallen
vrijwilligers gingen deze winter op zoek naar deze bijzondere
dagvlinder en het verspreidingskaartje
raakt stilaan meer en meer opgevuld. Nieuw is dat nu ook de
afwezigheid van de soort kan worden gemeld door een 0 in te vullen
op deze projectpagina op
Waarnemingen.be. Doe dit enkel als je sleedoornstruwelen grondig
hebt afgespeurd maar er geen eitjes hebt aangetroffen. Het is
stilaan de laatste kans om zelf op pad te gaan, dus hou je niet
in!
Tijdens de zoektochten werden ook regelmatig eitjes
gevonden van 2 soorten nachtvlinders. Die verschillen gelukkig
duidelijk van die van de Sleedoornpage. De eitjes van de Blauwrandspanner
zijn ovaal, meer afgeplat en hebben een blauwachtige schijn. Ook de
Meidoornuil
blijkt ondanks zijn naam veel op Sleedoorn voor te komen. De eitjes
van deze soort zijn kegelvormig met langsribben. Hier
lees je meer over deze soort.
De datum van de eerste
bloempjes van de Sleedoorn vormt ook een indicator van de
veranderingen in de natuur. Wanneer je de eerste bloemetjes van de
Sleedoorn opmerkt, kan je dit melden op de Natuurkalender.
|
| |
 |
| |
Wil
je deze nieuwsbrief niet meer ontvangen ? Klik dan hier. Heb
je opmerkingen of vragen? Mail dan naar vlinders@natuurpunt.be. |